Hoe kunnen we ons koopgedrag aanpassen aan inflatie? ‘Impulsieve aankopen zijn het ergst’
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F03%2FANP-514173632.jpg)
Het is frustrerend om te merken dat je dagelijkse boodschappen steeds duurder worden. Sinds de coronacrisis is inflatie een blijvend probleem en het einde lijkt nog niet in zicht. Besparen lijkt de meest logische oplossing, maar doen we dat eigenlijk wel? Of geven we, bewust of onbewust, nog steeds evenveel uit – of zelfs meer – dan vóór de inflatie?
Geldpsycholoog Hanneke van Onna vertelt Metro hoe het zit met ons uitgavenpatroon tijdens inflatie.
Antireactie op inflatie
„Als je kijkt naar de psychologie achter geld, als mensen ‘afgeknepen’ worden of dat gevoel hebben, is de antireactie daarop om juist meer uit te geven”, zegt Van Onna. „Dat gevoel van schaarste en stress zet mensen weer aan tot impulsieve aankopen, om een manier te vinden om tijdelijk die ongemakkelijke emoties te verlichten. Eigenlijk een soort zelfsabotage.”
Ook zijn er tijdens een inflatie vaak mensen die een soort ‘struisvogelgedrag’ vertonen, zegt Onna. „Die mensen weten wel dat er een inflatie is en dat alles duurder wordt, maar die ontwijken het gewoon. Je kijkt dan niet naar je saldo en doet alsof er niets aan de hand is, want je wil niet minder dingen doen of kopen.” Volgens Van Onna is het slecht om inflatie te negeren, maar het is vooral iets wat we onbewust doen.
Mentaliteit in tijden van inflatie
Van Onna legt uit hoe mensen onbewust met inflatie omgaan: „Je hebt de struisvogelmentaliteit of de schaarstementaliteit. Dus of je kijkt weg, of je hebt juist het gevoel dat je al heel weinig hebt. Dat is een soort geldgedrag dat onbewust erg wordt doorgegeven in families. Dus je zit al in een vicieuze cirkel van bezuinigen en impulsieve uitgaven willen doen zonder echt het probleem aan te pakken.”
Ze vervolgt: „Het leven is een soort race: we gaan studeren, krijgen een baan, we krijgen ons salaris en zoeken een partner die ook salaris krijgt, je koopt een huis. Allemaal een upgrade van je levensstijl. Je gaat meer dingen kopen en ook andere, meer kwalitatieve dingen. Omdat je vrienden dat ook doen, of je buren. Opschalen kan in een inflatie prima, maar afschalen kan al bijna niet meer. Dat betekent imagoschade, gezichtsverlies. Dat vinden we heel moeilijk”, aldus Van Onna.
Sparen in tijden van inflatie
Maar is sparen dan helemaal onmogelijk tijdens inflatie? „Het kan, maar daar is echt een mindset-switch voor nodig. We hebben het decennialang eigenlijk te goed gehad, we zijn er allemaal aan gewend geraakt. Als je alleen al naar de jeugd kijkt en naar wat er allemaal gekocht wordt aan kleding en uiterlijke verzorging… Gen X en Z zeggen: dat hebben we allemaal nodig, want dat is wat ik ken. Maar heb je het echt nodig?” Volgens Van Onna houdt de ‘mindset’ die je moet toepassen, vooral in dat het allemaal wel wat minder kan.
„Als je al geen spaarder bent, dan ga je in een inflatie zeker niet besparen”, zegt Van Onna. „Als je afgeknepen wordt, dan ga je nog minder sparen. Ik zie vaak dat die imagoschade echt zwaarder weegt: dat je het niet met minder wilt doen. Je ziet het gewoon voor je ogen gebeuren. Er zijn weinig mensen die kiezen voor zichzelf, door bijvoorbeeld de auto door de fiets te vevangen. Veel mensen komen dan met excuses. In dat geval ligt het er ook aan wat je van huis uit hebt meegekregen, maar ik denk dat 80 tot 90 procent van de mensheid leeft in een schaarstementaliteit, dat je nooit genoeg hebt. Zelfs hele rijke mensen willen door dat gevoel nog rijker worden.”
Bespaar-pogingen
Soms zie je ook dat mensen producten groot inslaan omdat ze bang zijn dat ze duurder zullen worden. Dat is volgens Van Onna geen goed idee. „Er wordt weleens aangekondigd: koffie gaat duurder worden. Dan kun je denken: ik koop vijf pakken in plaats van twee. Het loont om vaker te denken: misschien moeten we wat minder koffie gaan drinken. Je ziet het met benzineprijzen bijvoorbeeld, tanken werd opeens heel duur. Die prijs verandert ook heel vaak, soms per maand of zelfs per week. Het is helemaal niet gezegd dat het straks weer duurder is”, zegt Van Onna.
Volgens Van Onna zijn er wel simpele regeltjes waar je je aan kunt houden als je minder geld wil uitgeven tijdens een inflatie. „Neem de 50-30-20-regel. 50 procent van wat er binnenkomt, mag je uitgeven aan dingen die nodig zijn: de huur, hypotheek, gas, water, licht, eten, vervoer. 30 procent mag je uitgeven aan leuke dingen als uitjes en vakanties. En de rest houd je over voor sparen. 10 procent voor je buffer en 10 procent voor de toekomst. Wat dan het beste is, is om op het moment dat je je salaris krijgt, dat bedrag automatisch naar die rekening over te maken.”
Veelgemaakte fouten bij inflatie
Dat er nou echt een levensverandering voor nodig is om te besparen tijdens inflatie, is ook niet zo: „Het zijn vaak de kleine dingen die optellen, bijvoorbeeld goedkope dingen zoeken bij de Action, omdat je er sowieso al naartoe gaat omdat alles zo duur is. Dat is echter een grote valkuil. Je gaat voor batterijen en je staat in de rij met veel meer dingen. Er gebeurt neurologisch iets in je hersenen: het is zo goedkoop, ik neem het maar mee. Dan telt het wel op.”
Ze vervolgt: „Ook het hele concept van drie voor de prijs van twee, waarbij je je soms niet kunt inhouden: dat moet je gewoon niet doen. Het lijkt goedkoop, maar wie heeft er nu, op dit moment, drie pakken wasmiddel nodig? Ondertussen leg je op dit moment gewoon te veel geld neer voor iets wat je niet nodig hebt. Je kunt best in een winkel om je heen kijken, maar het is slimmer om alleen te gaan voor wat je nu nodig hebt. Wat je nog meer wilt hebben, dat schrijf je op. Maar koop het niet.”
Elke dag een koffietje en nog een muffin erbij op het station, lijkt volgens Van Onna ook een kleine uitgave. Maar als je het uitrekent, gaat het om honderden euro’s per jaar. „Dat is gewoon echt te duur. We geven allemaal te veel uit, we leven immers met het kapitalisme.”
Angst aanpraten
Net als dat we een oorlog niet kunnen voorspellen, kunnen we volgens Van Onna inflatie ook niet voorspellen. „Ik denk wel dat ons veel angst wordt aangepraat. Ga er vanuit dat de staat je niet gaat helpen, eigenlijk dat niemand je gaat helpen. Je kunt beter jezelf helpen door goed naar je inkomsten en uitgaven te kijken. Door in te voelen: waar ben ik echt nou zo bang voor? Schaarstegevoelens? Kan ik dat omzetten en denken: het is oké zo? Als je dat uitzet, kan er eigenlijk niks gebeuren. Impulsieve aankopen doen en gekke beslissingen maken, is het enige wat je echt niet moet doen.”